Mynawoo

This website uses cookies.

Magazine Icon

Mag

Dutch · CEFR A1–C2 · French
CEFR A1–C2 courseTaught in French

Dutch · CEFR A1–C2 · French

Envie de comprendre le néerlandais au lieu de simplement mémoriser des phrases toutes faites ? Ce cours vous guide de A1 à C2 avec des explications claires en français et construit pas à pas votre vocabulaire, votre grammaire, votre prononciation, votre compréhension orale et écrite, votre écriture et votre expression orale pour communiquer avec confiance dans la vie quotidienne, les voyages, les

The first 2 lessons are free to preview — no card needed.

  • Levels6
  • Lessons128
  • Free previews2
  • LanguageDutch

Why this course actually works

A complete CEFR grammar syllabus from A1 to C2 — taught in French, not a vocabulary game.

Grammar-first, end to end

A full A1–C2 syllabus where every structure is taught in order, on a board, with a teacher's voice — not scattered tips between mini-games.

Explained in French

You meet each rule in the language you already think in, then practise it in Dutch. Nothing is left to guesswork.

Five skills in one lesson

Grammar, reading, listening, writing and speaking are built into the same course, so what you learn on Monday you use all week.

Built so you don't forget

Smart flashcards and the Leitner system schedule reviews around your mistakes, turning short-term wins into long-term memory.

What you getTypical appsMynawoo
Complete CEFR grammar syllabus, A1 to C2
Every rule explained in your mother tongue
Corrections and feedback on what you write and say
Spaced repetition tuned to your own mistakes

Free preview lessons

Open a complete lesson and experience the classroom before you continue.

How you will learn

Every lesson blends five skills, explained in your own language so nothing stays abstract.

Step-by-step grammar

Guided notebooks explain each rule in your mother tongue, then show it working in real Dutch sentences.

Reading with support

Short texts with audio, tap-to-translate vocabulary and comprehension checks after every passage.

Listening practice

Native-speed audio with transcripts, replay controls and quizzes that show exactly what you missed.

Writing with feedback

Prompts matched to your level, corrected sentence by sentence with an explanation for every change.

Speaking drills

Record yourself, compare with the model answer and build confidence before you speak to a real person.

Where this course takes you

Each CEFR level unlocks something you can actually do in real life.

  1. A1

    A1 — First real sentences

    23 lessons

    Basic phrases and simple daily conversations: greetings, introductions, numbers, times and places.

  2. A2

    A2 — Everyday situations

    21 lessons

    Understanding common phrases and easy interactions: shopping, directions, plans, past and future.

  3. B1

    B1 — Holding your own

    22 lessons

    Writing and speaking in more complex situations, explaining opinions and handling the unexpected.

  4. B2

    B2 — Work and study ready

    24 lessons

    Enough fluency for work and study: meetings, interviews, reports and detailed discussion.

  5. C1

    C1 — Precision and nuance

    24 lessons

    Academic and professional register, argument structure, hedging, and control of tone.

  6. C2

    C2 — Near-native command

    14 lessons

    Implication, irony, style and high-stakes communication where every word choice counts.

With steady daily practice, most learners reach a confident B2 in around nine months — and the whole path to C2 is already written and waiting.

What you will study

Lesson topics pulled automatically from this course outline.

Wie ben jij?Hoe spel je dat?Vragen stellenDe man, het huisEén boek, twee boekenDit, dat, deze, dieDe auto is roodEen rode autoIk werk, jij werktHebben, zijn, gaan

Full course outline

Levels, units, and lesson titles from the live database.

A1Level A110 units23 lessons

Unit 1

  • 2Wie ben jij?
  • 3Hoe spel je dat?
  • 4Vragen stellen

Unit 2

  • 2De man, het huis
  • 3Eén boek, twee boeken
  • 4Dit, dat, deze, die

Unit 3

  • 2De auto is rood
  • 3Een rode auto

Unit 4

  • 2Ik werk, jij werkt
  • 3Hebben, zijn, gaan

Unit 5

  • 2Ik sta op
  • 3Hoe laat is het?

Unit 6

  • 2Niet en geen
  • 3Wie, wat, waar?

Unit 7

  • 2Mijn huis, jouw auto
  • 3Het boek van mij

Unit 8

  • 2In, op, onder
  • 3Staan, liggen, zitten

Unit 9

  • 2Ik kan, ik wil
  • 3Het werkwoord aan het einde

Unit 10

  • 2De puzzel van de zin
  • 3En, maar, want
  • 4Want of omdat?
A2Level A210 units21 lessons

Unit 1

  • 2Wat heb je gedaan?
  • 3Ik heb lekker geslapen
  • 4…omdat ik heb gewerkt.

Unit 2

  • 2Ik ben naar huis gegaan
  • 3Hebben of zijn?

Unit 3

  • 2Want en omdat
  • 3Ik weet dat het waar is
  • 4Als het regent en toen ik klein was

Unit 4

  • 2Wat deed je gisteren?
  • 3Ik liep op straat
  • 4Heb je gezien? of Zag je?

Unit 5

  • 2Wat ga je doen?
  • 3Morgen werk ik thuis

Unit 6

  • 2Een rode auto, het rode huis
  • 3Groter, groter, grootst

Unit 7

  • 2Moeten, mogen en kunnen in het verleden

Unit 8

  • 2De man die en het boek dat
  • 3Deze fiets hier en die fiets daar

Unit 9

  • 2Ik voel me goed

Unit 10

  • 2Wachten op de bus
  • 3Er is en er zijn
B1Level B110 units22 lessons

Unit 1

  • 2Perfectum: hebben of zijn?
  • 3De plusquamperfectum: wat daarvoor gebeurde

Unit 2

  • 2De toekomst: 'zullen' of 'gaan'?
  • 3Conditionele zinnen: wat als?
  • 4Spijt en gemiste kansen: 'zou hebben gedaan'

Unit 3

  • 2Het passief: 'worden' + voltooid deelwoord
  • 3Passief in het verleden: 'werd' en 'is geworden'
  • 4Resultaat beschrijven: passief met 'zijn'

Unit 4

  • 2Modale werkwoorden in de verleden tijd

Unit 5

  • 2Tijd aangeven: 'terwijl', 'nadat', 'voordat'
  • 3Reden en gevolg: 'omdat', 'doordat', 'zodat'
  • 4Tegenstellingen: 'hoewel' en 'tenzij'

Unit 6

  • 2Indirecte vragen: 'of', 'wie', 'wat', 'waar'
  • 3Het doel uitleggen: de 'om ... te' constructie

Unit 7

  • 2Relatieve bijzinnen: 'die' en 'dat'
  • 3Relatieve bijzinnen met preposities

Unit 8

  • 2Pronominale voornaamwoordelijke bijwoorden: eraan, erop, erover
  • 3Vragen met 'waar': waarvan, waarmee?

Unit 9

  • 2De verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden
  • 3De plaats van bijwoorden en negatie

Unit 10

  • 2Inversie: meer dan alleen vragen
  • 3Complexe zinnen bouwen
B2Level B210 units24 lessons

Unit 1

  • 2De lijdende vorm: Wat wordt er gedaan?
  • 3Het passief in het verleden
  • 4Passief met modale werkwoorden

Unit 2

  • 2De voorwaardelijke zin: Wat als?
  • 3Spijt en gemiste kansen: de irrealis in het verleden
  • 4Voorwaardelijke zinnen zonder 'als'

Unit 3

  • 2Zinnen verbinden: want, dus en daarom
  • 3Tegenstellingen en concessies: toch, echter, desalniettemin

Unit 4

  • 2Toegeving: hoewel, ofschoon, ook al
  • 3Doel en gevolg: zodat en daardoor
  • 4Proportionele veranderingen: naarmate

Unit 5

  • 2Het ongrijpbare woordje 'er'
  • 3Pronominale bijwoorden: eraan, erop, ervan
  • 4Vragen met 'waar': waarover, waarmee, waarnaar?

Unit 6

  • 2Subjectief gebruik van modale werkwoorden
  • 3Modale werkwoorden in de verleden tijd: Hebben moeten werken

Unit 7

  • 2Betrekkelijke voornaamwoorden: wie, wat, en hetgene dat
  • 3Relatieve bijzinnen met een voorzetsel

Unit 8

  • 2De aanvoegende wijs: Leve de koning!
  • 3Moge, men en andere formele constructies

Unit 9

  • 2Woordvolgorde voor nadruk
  • 3De 'tangconstructie' en duidelijk formuleren

Unit 10

  • 2Een argument structureren: enerzijds, anderzijds
  • 3Argumenten afwegen: weliswaar, immers en niettemin
C1Level C110 units24 lessons

Unit 1

  • 2De kracht van 'wel'
  • 3Gevoel toevoegen met 'even', 'eens' en 'maar'
  • 4Overtuiging en verrassing met 'toch' en 'nou'

Unit 2

  • 2Tijd en voorwaarde: 'terwijl', 'zolang', 'tenzij'
  • 3Reden en gevolg: 'aangezien', 'doordat', 'zodat'
  • 4Toegeving en tegenstelling: 'hoewel', 'ondanks dat'

Unit 3

  • 2Zinnen verkorten met het tegenwoordig deelwoord ('-d')
  • 3Zinnen verkorten met het voltooid deelwoord

Unit 4

  • 2De 'krijgen'-passief: de ontvanger centraal
  • 3De onpersoonlijke passief met 'er'
  • 4Passieve zinnen met modale werkwoorden

Unit 5

  • 2Van werkwoord naar zelfstandig naamwoord
  • 3Abstracte ideeën uitdrukken met 'het' + adjectief

Unit 6

  • 2Hypothetische situaties in het heden en de toekomst
  • 3Onwerkelijke situaties in het verleden
  • 4'Zouden' voor beleefdheid en advies

Unit 7

  • 2Combinaties met 'er', 'hier', 'daar' ('eropuit', 'eromheen')
  • 3Richting en positie aangeven ('eronderdoor', 'erbovenop')

Unit 8

  • 2Formele taal: 'u', 'tevens', 'echter'
  • 3Informele en gesproken taal

Unit 9

  • 2Lijken te en schijnen te: wat je denkt te zien
  • 3'Zouden' gebruiken voor onzekerheid en geruchten

Unit 10

  • 2De 'tangconstructie': wanneer en waarom?
  • 3Zinsdelen naar voren halen voor nadruk (voorop-plaatsing)
C2Level C29 units14 lessons

Unit 1

  • 2Inversie voor Nadruk en Stijl
  • 3De 'Tangconstructie' Beheersen en Vermijden

Unit 2

  • 2Zekerheid en Twijfel: schijnen, lijken, heten
  • 3Hypothetische Verledens: had moeten doen

Unit 3

  • 2Onpersoonlijk Passief en Alternatieven
  • 3De Pseudo-Passief met 'Krijgen'

Unit 4

  • 2Nominaliseren: van Werkwoord naar Zelfstandig Naamwoord
  • 3Complexe Nominalisaties in Formele Teksten

Unit 5

  • 2Metaforisch Gebruik van Partikelwerkwoorden

Unit 6

  • 2De Genitief en Andere Oude Naamvallen
  • 3Formele Voegwoorden: desalniettemin, derhalve, evenwel

Unit 7

  • 2De Aanvoegende Wijs: Leve de Koning!

Unit 9

  • 2Hebben versus Zijn: De Finesses van Beweging

Unit 10

  • 2Argumenten Structureren: enerzijds... anderzijds

Frequently asked questions

Everything learners usually ask before starting this course.

+Can I try the course for free?

Yes. The first 2 lessons are free previews. Sign up and open them straight away to see exactly how the course teaches — no payment details needed.

+Which language are the explanations in?

Explanations are written in French, while examples, exercises and audio stay in Dutch. You always understand the rule before you have to use it.

+How is the course structured?

It runs across 6 CEFR levels and 128 lessons, grouped into units. The full outline is on this page, so you can see every lesson title before you start.

+How long does it take to make real progress?

Most learners reach a confident B2 in about nine months of steady daily practice across grammar, reading, listening, writing and speaking.

+Can I study on my phone?

Yes. Mynawoo works in the browser and in the mobile app, and your progress, notebooks and Leitner cards stay in sync between them.

Ready to start Dutch?

Create a free account, open the preview lessons, and keep going only if it feels right.

Start with 2 free lessons. No card, no commitment.

Related courses