Mynawoo

This website uses cookies.

Magazine Icon

Mag

Dutch · CEFR A1–C2 · Polish
CEFR A1–C2 courseTaught in Polish

Dutch · CEFR A1–C2 · Polish

Chcesz naprawdę mówić po niderlandzku, a nie tylko zapamiętywać pojedyncze słowa? Ten kurs prowadzi Cię krok po kroku od A1 do C2 — od przedstawiania się, wymowy i codziennych rozmów po zaawansowaną gramatykę, naturalne wyrażenia i formalny język. Uczysz się przez praktyczne przykłady, ćwiczenia, czytanie, słuchanie i pisanie, z jasnymi wyjaśnieniami po polsku. Zbuduj pewność siebie i używaj nider

The first 2 lessons are free to preview — no card needed.

  • Levels6
  • Lessons122
  • Free previews2
  • LanguageDutch

Why this course actually works

A complete CEFR grammar syllabus from A1 to C2 — taught in Polish, not a vocabulary game.

Grammar-first, end to end

A full A1–C2 syllabus where every structure is taught in order, on a board, with a teacher's voice — not scattered tips between mini-games.

Explained in Polish

You meet each rule in the language you already think in, then practise it in Dutch. Nothing is left to guesswork.

Five skills in one lesson

Grammar, reading, listening, writing and speaking are built into the same course, so what you learn on Monday you use all week.

Built so you don't forget

Smart flashcards and the Leitner system schedule reviews around your mistakes, turning short-term wins into long-term memory.

What you getTypical appsMynawoo
Complete CEFR grammar syllabus, A1 to C2
Every rule explained in your mother tongue
Corrections and feedback on what you write and say
Spaced repetition tuned to your own mistakes

Free preview lessons

Open a complete lesson and experience the classroom before you continue.

How you will learn

Every lesson blends five skills, explained in your own language so nothing stays abstract.

Step-by-step grammar

Guided notebooks explain each rule in your mother tongue, then show it working in real Dutch sentences.

Reading with support

Short texts with audio, tap-to-translate vocabulary and comprehension checks after every passage.

Listening practice

Native-speed audio with transcripts, replay controls and quizzes that show exactly what you missed.

Writing with feedback

Prompts matched to your level, corrected sentence by sentence with an explanation for every change.

Speaking drills

Record yourself, compare with the model answer and build confidence before you speak to a real person.

Where this course takes you

Each CEFR level unlocks something you can actually do in real life.

  1. A1

    A1 — First real sentences

    20 lessons

    Basic phrases and simple daily conversations: greetings, introductions, numbers, times and places.

  2. A2

    A2 — Everyday situations

    20 lessons

    Understanding common phrases and easy interactions: shopping, directions, plans, past and future.

  3. B1

    B1 — Holding your own

    27 lessons

    Writing and speaking in more complex situations, explaining opinions and handling the unexpected.

  4. B2

    B2 — Work and study ready

    27 lessons

    Enough fluency for work and study: meetings, interviews, reports and detailed discussion.

  5. C1

    C1 — Precision and nuance

    17 lessons

    Academic and professional register, argument structure, hedging, and control of tone.

  6. C2

    C2 — Near-native command

    11 lessons

    Implication, irony, style and high-stakes communication where every word choice counts.

With steady daily practice, most learners reach a confident B2 in around nine months — and the whole path to C2 is already written and waiting.

What you will study

Lesson topics pulled automatically from this course outline.

Jezelf voorstellenSpellen en Nederlandse klankenDe, het en eenMeervoud in het dagelijks levenZijn in korte zinnenHebben en bezitWerkwoorden in de tegenwoordige tijdVragen makenTijd, dagen en afsprakenKunnen, willen en moeten

Full course outline

Levels, units, and lesson titles from the live database.

A1Level A110 units20 lessons

Unit 1

  • 2Jezelf voorstellen
  • 3Spellen en Nederlandse klanken

Unit 2

  • 2De, het en een
  • 3Meervoud in het dagelijks leven

Unit 3

  • 2Zijn in korte zinnen
  • 3Hebben en bezit

Unit 4

  • 2Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
  • 3Vragen maken

Unit 5

  • 2Tijd, dagen en afspraken
  • 3Kunnen, willen en moeten

Unit 6

  • 2Niet en geen
  • 3Bijvoeglijke naamwoorden

Unit 7

  • 2Scheidbare werkwoorden
  • 3Eerst tijd, dan inversie

Unit 8

  • 2Plaats en richting
  • 3Er is en er zijn

Unit 9

  • 2Het voltooid verleden met hebben
  • 3Het voltooid verleden met zijn

Unit 10

  • 2Plannen met gaan
  • 3Zinnen verbinden met en, maar, want
A2Level A210 units20 lessons

Unit 1

  • 2Woordvolgorde na tijd en plaats
  • 3Omdat en de bijzin

Unit 2

  • 2Imperfectum van regelmatige werkwoorden
  • 3Veelgebruikte onregelmatige verleden tijden

Unit 3

  • 2Perfectum of imperfectum?
  • 3Sinds, al en nog

Unit 4

  • 2Zullen voor voorstel en verwachting
  • 3Zou voor beleefdheid

Unit 5

  • 2Te en om te
  • 3Scheidbare werkwoorden in langere zinnen

Unit 6

  • 2Vergelijken met groter en beter
  • 3Even, net zo en te

Unit 7

  • 2Deze, die, dit en dat
  • 3Persoonlijke voornaamwoorden als object

Unit 8

  • 2Daarom en dus
  • 3Als en wanneer

Unit 9

  • 2Relatieve zinnen met die en dat
  • 3Iets, niets, iemand en niemand

Unit 10

  • 2Indirecte vragen
  • 3Een kort verhaal verbinden
B1Level B110 units27 lessons

Unit 1

  • 2Omdat of doordat? De reden en de oorzaak
  • 3Voorwaarden en tegenstellingen: hoewel, tenzij, mits
  • 4Doel en gevolg: om ... te en zodat

Unit 2

  • 2Passieve vorm: Wat wordt er gedaan?
  • 3Passief in het verleden: werd en werden
  • 4Resultaat in het passief: is of zijn + voltooid deelwoord

Unit 3

  • 2Hypothetische situaties met 'zou'
  • 3'Zou' voor advies en beleefdheid
  • 4Spreken over het verleden dat niet gebeurde

Unit 4

  • 2Relatieve zinnen met 'die' en 'dat'
  • 3Relatieve zinnen met 'wat' en 'wie'
  • 4Zinnen met een voorzetsel: 'waarin' en 'met wie'

Unit 5

  • 2De betekenis van 'er' als plaats
  • 3'Er' als leeg onderwerp
  • 4Pronominale bijwoorden: eraan, erop, erover

Unit 6

  • 2Scheidbare en onscheidbare werkwoorden: de klemtoon verklapt het
  • 3Onscheidbare voorvoegsels: be-, ge-, er-, her-, ont-, ver-
  • 4Werkwoorden met dubbele betekenis: ondergaan

Unit 7

  • 2Vaste combinaties: werkwoord + voorzetsel
  • 3Vragen met vaste voorzetsels

Unit 8

  • 2Iemand, niemand, iets en niets
  • 3Elk, iedere en alles
  • 4Het onpersoonlijke 'men'

Unit 9

  • 2De toekomst met de tegenwoordige tijd
  • 3Toekomst met 'gaan' en 'zullen'

Unit 10

  • 2Bijzondere wensen: de conjunctief
  • 3Formeel en informeel taalgebruik
B2Level B210 units27 lessons

Unit 1

  • 2Tegenstellingen uitdrukken: Hoewel en ondanks
  • 3Redenen geven: Aangezien, doordat en dankzij

Unit 2

  • 2Voorwaarden stellen: Mits, tenzij en op voorwaarde dat
  • 3Het juiste moment: Zodra, zolang en sinds
  • 4Doel en gevolg: Opdat en zodat

Unit 3

  • 2Voorspellen over het verleden: Het futurum exactum
  • 3Terugkijken met 'te hebben gedaan'

Unit 4

  • 2De passieve vorm in verschillende tijden
  • 3Passief met modale werkwoorden
  • 4De rol van 'er' in passieve zinnen

Unit 5

  • 2Hypotheses en onwerkelijkheid met 'zouden'
  • 3Beleefdheid en advies met 'zouden'
  • 4'Zouden' in de indirecte rede

Unit 6

  • 2Actieve bijvoeglijke naamwoorden: Het tegenwoordig deelwoord
  • 3Passieve bijvoeglijke naamwoorden: Het voltooid deelwoord
  • 4Complexe bijvoeglijke bepalingen

Unit 7

  • 2Pronominale bijwoorden in de hoofdrol
  • 3Relatieve zinnen met een voorzetsel
  • 4Verwijzen met 'wat'

Unit 8

  • 2Aannames doen: 'Zal wel' en 'zou wel'
  • 3Noodzaak ontkennen: 'Niet hoeven' versus 'niet mogen'
  • 4Nuances in 'mogen' en 'kunnen'

Unit 9

  • 2Woordvolgorde na een bijzin: Inversie
  • 3De tangconstructie vermijden
  • 4De plaats van 'niet'

Unit 10

  • 2Ideeën verbinden: Enerzijds... anderzijds en desondanks
  • 3Argumenten versterken: Immers, namelijk en bovendien
C1Level C110 units17 lessons

Unit 1

  • 2Als het kon, dan deed ik het: praten over wat mogelijk is
  • 3Het zal wel: zekerheid en onzekerheid uitdrukken

Unit 2

  • 2Ondanks dat en tenzij: toegeven en voorwaarden stellen
  • 3Opdat en zodat: het doel en het gevolg

Unit 3

  • 2Het verschil tussen 'worden' en 'krijgen' in de passieve vorm
  • 3Er wordt gezegd: de onpersoonlijke passief

Unit 4

  • 2Waarmee en waarop: relatieve bijzinnen met een voorzetsel
  • 3Waar je op moet letten: het splitsen van 'waar' en een voorzetsel

Unit 5

  • 2Lachend en zingend: het tegenwoordig deelwoord gebruiken
  • 3Eenmaal aangekomen: zinnen verkorten met het voltooid deelwoord

Unit 6

  • 2Het verhogen van de prijzen: van werkwoord naar zelfstandig naamwoord

Unit 7

  • 2Enerzijds, anderzijds: een argument structureren
  • 3Desondanks en niettemin: tegenstelling en toegeving

Unit 8

  • 2Dát had ik niet verwacht: nadruk leggen met woordvolgorde

Unit 9

  • 2In het kader van: vaste formele uitdrukkingen
  • 3Verkrijgen of ontvangen: de juiste formele woorden kiezen

Unit 10

  • 2De puntjes op de i zetten: idiomatische uitdrukkingen in een werkcontext
C2Level C210 units11 lessons

Unit 1

  • 2De wereld op z'n kop: Stijlinversie
  • 3De schijnwerper op je zin: Klemtoon met 'het is... die/dat'

Unit 2

  • 2De 'fijne' kneepjes: Partikels voor gevorderden

Unit 3

  • 2Van doen naar 'het doen': Nominaliseren

Unit 4

  • 2Verbinden op hoog niveau: Formele voegwoorden

Unit 5

  • 2Leve de koning! De aanvoegende wijs

Unit 6

  • 2De strategie van 'men' en de passieve vorm

Unit 7

  • 2Figuurlijk spreken: Complexe uitdrukkingen

Unit 8

  • 2Sporen uit het verleden: De genitief

Unit 9

  • 2Horen zeggen: 'Zou' en 'naar verluidt'

Unit 10

  • 2Zinnen in de knoop: De tangconstructie

Frequently asked questions

Everything learners usually ask before starting this course.

+Can I try the course for free?

Yes. The first 2 lessons are free previews. Sign up and open them straight away to see exactly how the course teaches — no payment details needed.

+Which language are the explanations in?

Explanations are written in Polish, while examples, exercises and audio stay in Dutch. You always understand the rule before you have to use it.

+How is the course structured?

It runs across 6 CEFR levels and 122 lessons, grouped into units. The full outline is on this page, so you can see every lesson title before you start.

+How long does it take to make real progress?

Most learners reach a confident B2 in about nine months of steady daily practice across grammar, reading, listening, writing and speaking.

+Can I study on my phone?

Yes. Mynawoo works in the browser and in the mobile app, and your progress, notebooks and Leitner cards stay in sync between them.

Ready to start Dutch?

Create a free account, open the preview lessons, and keep going only if it feels right.

Start with 2 free lessons. No card, no commitment.

Related courses